menu
Word Lid
Lier en Ivarem: wie het meest betaalt, mag ook de meeste controle eisen
Lier en Ivarem: wie het meest betaalt, mag ook de meeste controle eisen

Afvalbeleid lijkt op het eerste gezicht een technisch dossier. Containers, ophalingen, vuilnisbakken, tarieven, recyclageparken, gft, pmd-zakken en ondergrondse systemen: het oogt als dagelijkse administratie. Maar in werkelijkheid raakt afvalbeleid aan iets zeer fundamenteels: de vraag of een stad haar kerntaken nog betaalbaar, proper, klantgericht en democratisch controleerbaar organiseert. Precies daar wringt vandaag het schoentje. Het stadsbestuur van N-VA en Anders werkt voor een groot deel van haar afvalbeleid samen met de intercommunale Ivarem. Op zich is dat niet onlogisch. Afvalinzameling en -verwerking vragen schaal, personeel, infrastructuur, technische kennis en investeringen. De toenmalige evaluatie stelde dat drie doelstellingen moesten worden nagestreefd: de wettelijke afvaldoelstellingen halen, een goede dienstverlening bieden en de kosten voor afvalbeheer minimaliseren. Er werd geadviseerd om de samenwerking met Ivarem te verlengen, maar wel “mits goede afspraken” over verbeterpunten.

Dat laatste is cruciaal. De verlenging van de samenwerking met Ivarem was geen blanco cheque. In 2020 werden verschillende opmerkingen en verbetervoorstellen geformuleerd: een periodieke externe audit, meer transparantie bij nieuwe investeringen, verbetering van het klantencontactcenter, betere interventies aan en rond ondergrondse containers, aanpak van probleem-OCT’s, betere afspraken met onderaannemers en zelfs de mogelijkheid om bepaalde diensten later opnieuw uit de beheersoverdracht te halen wanneer dat nodig zou blijken. De vraag is dus niet of Ivarem “iets doet”. Natuurlijk doet Ivarem iets. De vraag is of N-VA en Anders, namens de Lierenaars en Hooiktenaars, voldoende controle houden over wat Ivarem doet, hoeveel dat kost en welke kwaliteit daartegenover staat.


Hoge factuur, moeilijke uitleg

Die controle is des te belangrijker omdat de afvalfactuur voor de Lierenaars en Hooiktenaars bijzonder zwaar doorweegt. Een gemiddeld koppel betaalt 144 euro per jaar voor de ophaling van huishoudelijk restafval, waarmee Lier als duurste Vlaamse afvalgemeente naar voren kwam. Daarbovenop kwam in 2025 de politieke discussie over de verhoging van de vaste afvalbijdrage met 33 procent, ondanks eerdere beloftes dat de tarieven voor huishoudelijk afval niet zouden stijgen buiten gewone indexeringen.

Dat is geen detail. Een afvalbeleid dat duurder wordt, moet beter worden. Wie meer vraagt van gezinnen, alleenstaanden, senioren en mensen met een beperkt inkomen, moet ook overtuigend aantonen wat zij daarvoor terugkrijgen. Een hogere factuur kan alleen verdedigbaar zijn wanneer de dienstverlening merkbaar verbetert, de klachten dalen, de ondergrondse containers betrouwbaar functioneren, sluikstort sneller wordt aangepakt en de stad transparant rapporteert over de resultaten. Precies daar ontbreekt vandaag nog te vaak het harde bewijs. “Wie een hogere afvalfactuur naar de mensen stuurt, moet ook kunnen uitleggen wat daar concreet tegenover staat,” zegt Jan Mortelmans, gemeenteraadslid en lid van de commissie afvalbeleid. “Voor Vlaams Belang volstaan algemene woorden niet. Wij willen cijfers, meetbare resultaten en duidelijke verantwoordelijkheid.


Er zijn verbeteringen, maar dat volstaat niet

Een ernstige beoordeling moet fair blijven. Er zijn sinds 2020 wel degelijk verbeteringen zichtbaar. De gele papiercontainer werd ingevoerd. De gft-ophaling werd opgestart. Het mini-recyclagepark kwam naar Lier. Ivarem bouwde dienstverlening en klantenkanalen verder uit. Ook op het vlak van netheid en handhaving zijn er inspanningen geleverd, onder meer rond brengpunten en sluikstort.

Maar een opsomming van gerealiseerde diensten is nog geen evaluatie van de voorwaarden die in 2020 werden gesteld. Dat is het fundamentele onderscheid. Het stadsbestuur moet niet alleen zeggen wat Ivarem allemaal doet. Het moet aantonen welke eisen effectief zijn uitgevoerd, welke gedeeltelijk zijn uitgevoerd, welke niet zijn uitgevoerd en welke nieuwe afspraken nu worden opgelegd.

Vandaag is er publiek geen duidelijke evaluatiematrix zichtbaar waarin alle voorwaarden uit 2020 één voor één worden afgetoetst aan meetbare indicatoren. Nochtans is dat bij een samenwerking die loopt tot 2039 geen luxe, maar een minimumvereiste. Wie de stad voor bijna twee decennia bindt aan een opdrachthoudende vereniging, moet ook bijna twee decennia lang controle, rapportering en bijsturing afdwingen. “De samenwerking met Ivarem mag geen zwart gat worden waarin controle verdwijnt,” aldus Jan Mortelmans. “Als voorwaarden in 2020 terecht belangrijk waren, dan moeten ze vandaag ook één voor één publiek worden geëvalueerd.


De OCT’s blijven het zenuwpunt

Vooral de ondergrondse containers blijven een gevoelig punt. OCT’s zijn geen randfenomeen. Voor delen van de stad vormen zij de kern van het afvalmodel. Al in eerdere afspraken tussen stadsbestuur en Ivarem kwamen thema’s terug zoals toegankelijkheid, gemorst vuil, blokkeringen, sluikstort, toezicht, sancties, technische beschikbaarheid, lediging en reiniging.

Dat zijn exact de punten waarop Lierenaars en Hooiktenaars het beleid dagelijks beoordelen. Een container die geblokkeerd is, een site waar vuilnis naast de opening staat, een brengpunt dat sluikstort aantrekt of een melding die te traag wordt opgevolgd: dat zijn geen statistische details, maar concrete hinder voor bewoners. Daarom moeten N-VA en Anders eisen dat Ivarem jaarlijks Lier-specifieke cijfers voorlegt over blokkeringen, defecten, interventietijden, sluikstort, klachten, deblokkeringen en handhavingsdossiers. Niet regionaal, niet algemeen, maar per probleemlocatie. Zonder die cijfers blijft het beleid te veel gebaseerd op indrukken. En afvalbeleid mag niet draaien op indrukken. Het moet draaien op metingen, resultaten en verantwoordelijkheid. “Voor de inwoner telt niet het beleidsmodel, maar de realiteit aan de container,” aldus Mortelmans. “Is de site proper? Werkt het systeem? Komt er snel iemand wanneer het fout loopt? Dat zijn de vragen waarop Lier recht heeft op duidelijke antwoorden.


Proper Lier: belangrijk, maar niet voldoende

Ook het vuilnisbakkenplan past in die bredere discussie. De stad evalueerde in 2025 het plan op basis van metingen via Mijn Mooie Straat, meldingen van inwoners en terreinkennis van medewerkers. De cijfers tonen een duidelijke koerswijziging: het aantal publieke vuilnisbakken daalde van 366 in 2021 naar 278 in 2025, terwijl de totale capaciteit steeg van 17.670 naar 19.475 liter. Het aantal ledigingen en interventies per week daalde fors, van 2.200 naar 1.298. Tegelijk steeg het aantal vuilnisbakken dat minstens één keer per week overvol is van 54 naar 61, al ging het in de helft van de gevallen om sluikstort.

Dat is een gemengd beeld. Het is logisch om vuilnisbakken weg te halen waar ze vooral sluikstort aantrekken. Het is ook verstandig om capaciteit te verhogen waar dat nodig is. Maar minder vuilnisbakken mogen geen excuus worden voor minder dienstverlening. Zeker in een stad met toerisme, scholen, winkelstraten, parkings, de Vesten en drukke doorgangen moet de stad zeer nauwkeurig blijven opvolgen of de netheid werkelijk verbetert. Een properder Lier ontstaat niet door op papier efficiënter te organiseren, maar door zichtbaar minder afval op straat. Daarom moet Proper Lier sterker gekoppeld worden aan handhaving. Wie bewust afval dumpt, moet worden opgespoord en gesanctioneerd. Sensibilisering is nuttig, vrijwilligers verdienen waardering, maar hardleerse sluikstorters verander je niet met vriendelijke affiches alleen.


Betaalbaarheid is ook dienstverlening

Een tweede zwakke plek is de sociale rechtvaardigheid van het afvalbeleid. Diftar vertrekt van een correct principe: wie meer restafval produceert, betaalt meer. Maar dat principe wordt uitgehold wanneer vaste bijdragen te zwaar doorwegen. Een lineaire verhoging raakt gezinnen, alleenstaanden en kwetsbare inwoners op een andere manier. Wie weinig afval produceert maar toch een hoge vaste bijdrage betaalt, voelt terecht dat “de vervuiler betaalt” niet langer volledig opgaat.

Ook toegankelijkheid is meer dan een technisch begrip. Voor minder mobiele inwoners, ouderen, mensen zonder wagen of kwetsbare gezinnen kan afval wegbrengen of correct aanbieden moeilijker zijn dan voor anderen. Een afvalsysteem dat op papier efficiënt is, maar in de praktijk duur of moeilijk bereikbaar wordt, is geen sociaal rechtvaardig systeem. Juist daarom moet Lier bij Ivarem niet alleen tarieven en tonnages opvragen, maar ook sociale indicatoren: wie valt uit de boot, welke correcties bestaan er en welke praktische ondersteuning wordt geboden?


Samenwerking ja, volgzaamheid nee

De conclusie is niet dat elke samenwerking met Ivarem verkeerd is. Dat zou te gemakkelijk zijn. Afvalbeheer is complex en intergemeentelijke samenwerking kan zinvol zijn. Maar samenwerking mag geen volgzaamheid worden. Lier moet geen passieve klant zijn die facturen betaalt en achteraf tevredenheidsnota’s aanhoort. Het stadsbestuur van N-VA en Anders moet een actieve opdrachtgever zijn die duidelijke voorwaarden stelt, cijfers eist en bijstuurt wanneer de dienstverlening tekortschiet. Daarom moet de stad minstens vijf zaken afdwingen: een jaarlijkse specifieke rapportering aan gemeenteraad of commissie, een publieke evaluatiematrix van alle voorwaarden uit 2020, een periodieke externe audit, harde prestatie-indicatoren voor OCT’s en klantencontact, en een sociaal gecorrigeerd afvalbeleid dat betaalbaar en toegankelijk blijft. Lierenaars en Hooiktenaars betalen al genoeg. Als Lier werkelijk de ambitie heeft een propere stad te zijn, dan moet het stadsbestuur niet alleen mooie campagnes voeren, maar ook harde controle uitoefenen op Ivarem. De lat ligt eenvoudig: wie de hoogste factuur presenteert, moet ook de hoogste transparantie leveren. “Wie het meest betaalt, mag ook de meeste controle eisen,” besluit Jan Mortelmans. “Lier moet geen volgzame betaler zijn, maar een veeleisende opdrachtgever. Alleen zo wordt afvalbeleid opnieuw wat het hoort te zijn: betaalbaar, proper en in dienst van onze mensen.

ONTVANG ONZE NIEUWSBRIEF