De discussie over het fuseren van politiezones is opnieuw losgebarsten. Federaal minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin wil het aantal zones fors terugbrengen (van 176 naar maximaal 60) en koppelt daar zelfs extra middelen aan om “vrijwillige” fusies te stimuleren. In de Mechelse regio reageren verschillende burgemeesters voorzichtig positief, maar vooral onder één voorwaarde: alleen als het aantoonbaar voordelig is en als het kader eindelijk duidelijk wordt. Ook in Lier klinkt die terughoudendheid: men wil vermijden dat men in een onduidelijk proces stapt dat later nóg eens moet worden overgedaan.

Wat staat er op het spel?
Een politiezone is geen administratieve constructie; ze bepaalt hoe snel agenten ter plaatse zijn, hoe herkenbaar de wijkwerking is, hoeveel capaciteit er is voor recherche en interventie, en of lokale prioriteiten écht worden opgevolgd. In een stad als Lier, met een duidelijke stedelijke context en eigen veiligheidsuitdagingen, moet de politie dicht bij de burger staan: zichtbaar, aanspreekbaar en snel inzetbaar. Dat is net de sterkte van onze eengemeentezone.
Eerst veiligheid, dan structuren
Vlaams Belang is niet blind voor schaalvoordelen. Grotere korpsen zijn soms nodig zijn door het groeiende takenpakket, de nood aan specialisatie (zoals cybercriminaliteit) en de strijd tegen zware criminaliteit. Maar die logica geldt enkel als ze rationeel en aantoonbaar is, en vooral: niet opgelegd van bovenaf. Vlaams Belang koppelt fusies expliciet aan vrijwilligheid én democratische goedkeuring (referendum), zodat de burger mee beslist over een ingreep die de lokale veiligheid rechtstreeks raakt.
Waarom Lier geen fusie nodig heeft
Lier is geen mini-korps dat structureel tekortschiet. Fractievoorzitter Ellen Lissens en voorzitter van de gemeenteraadscommissie ‘veiligheid en handhaving, communicatie, evenementen, regionale samenwerking, politie en brandweer’: “De meerwaarde van een eengemeentezone is precies dat prioriteiten niet “verdampen” in een groter geheel waar andere kernen automatisch zwaarder wegen. Daarom is ons lokale standpunt helder: behoud van Lier als één politiezone. Dat staat zwart op wit in ons verkiezingsprogramma.”
Houvast en garanties
Als hogere overheden een fusie richting geven, dan mag Lier nooit zomaar “aanschuiven” zonder harde voorwaarden. Vlaams Belang eist dan minstens: (1) geen dwangfusie, maar lokale inspraak met bindende volksraadpleging; (2) garanties op blijvende wijkwerking en snelle interventietijden; (3) een duidelijke, transparante verdeelsleutel van personeel en middelen; (4) lokale verankering van een volwaardig commissariaat en leidinggevende aanwezigheid; (5) meetbare veiligheidsdoelstellingen vóór en na de hervorming. Zonder zulke waarborgen is “groter” vooral synoniem voor “verder” en “trager”.
Meer blauw op straat
De kernvraag is niet hoeveel zones er op papier bestaan, maar hoeveel veiligheid er op straat is. Vlaams Belang Lier-Koningshooikt kiest voor een slagvaardig korps met meer manschappen en middelen, echte eerstelijnspolitie die snel reageert, versterking van wijkagenten, uitbreiding van het ILR-team, stimulering van BIN’s/WIN’s, nultolerantie voor drugs, overlast en vandalisme, streng optreden tegen malafide handelszaken, en meer capaciteit tegen cybercriminaliteit. Lissens: “Wie een fusie verkoopt als wondermiddel, verkoopt schijnzekerheid. Lier moet zijn eengemeentepolitiezone verdedigen zolang niet bewezen is dat een fusie de veiligheid verhoogt zonder de nabijheid te breken.” Vlaams Belang Lier-Koningshooikt staat daarom principieel terughoudend tegenover een fusie van onze politiezone: alleen als ze vrijwillig is, democratisch gedragen, financieel eerlijk en operationeel beter — en vooral: als ze leidt tot meer veiligheid voor Lierenaars en Hooiktenaars, niet tot een grotere structuur op papier.